CheckStat
Een waarheid om voor te sterven Johannes Paulus II: een waarheid om voor te sterven

Paus Johannes Paulus II: 'een waarheid om voor te sterven'

De agnostische filosoof Herman Philipse is het opmerkelijk genoeg met de paus eens dat "het relativisme een pervers spelletje is met het woord waarheid". Desondanks durfde Philipse te beweren dat de Katholieke Kerk haar aanspraak op de waarheid moest opgeven: "openbaringsgodsdiensten zouden de aanspraak op de waarheid van hun religie radicaal moeten opgeven en de verhalen over het bovennatuurlijke die hun traditie bepalen moeten nemen voor wat ze zijn: mythen die stammen uit een vroegere cultuurfase van de mensheid en die ons soms nog beroeren omdat ze getuigen van menselijke verlangens en tekortkomingen". De positie van de Congregatie voor de Geloofsleer zoals die verwoord werd in de verklaring Dominus Iesus zou volgens hem tot religieus absolutisme leiden.

De verklaring Dominus Iesus heeft een katholiek antwoord op het relativisme van de hedendaagse cultuur, en op het religieus syncretisme bij de interreligieuze dialoog. De Congregatie voor de Geloofsleer met de uitdrukkelijke goedkeuring van de paus, zegt opnieuw dat Jezus "de weg, de waarheid en het leven" is. Christus is niet een weg onder vele andere wegen, noch een waarheid onder vele andere waarheden. Hij is Heer van allen of Hij is geen Heer. God weigert niemand voldoende genade om gered te worden maar ieder die gered wordt vindt het heil dank zij de door Jezus Christus verrichte verlossing, onafhankelijk van het feit dat ze misschien nooit over Jezus Christus hebben gehoord. Er is maar één God en één openbaring van God in Jezus Christus, die waarachtig mens en waarachtig God is, kan er derhalve -zoals de verklaring zegt- slechts één "heilseconomie" zijn.

De Amerikaanse publicist Richard Neuhaus vat de boodschap van Dominus Iesus samen: "Dat Jezus de Heer is, betekent dat niemand anders Heer is". Dit is en zal altijd controversieel zijn. Het is zelfs beledigend in een cultureel klimaat waarin de hoogste waarheid de tolerantie is. Tolerantie in de zin dat alle waarheden gelijk zijn. En dát is een andere manier om te zeggen dat er geen waarheid is.

In de oecumene en in de interreligieuze dialoog, en in de ontmoetingen met mensen zonder godsdienst, zijn alle deelnemers gelijk qua menswaardigheid, maar hun geloofsovertuigingen zijn niet even waar. Als onze verschillende meningen omtrent de waarheid niets zouden uitmaken zou de dialoog geen zin hebben. Er is een groots verschil tussen tolerantie en waarheid. En de tolerantie is toch beter gefundeerd op de waarheid dat we allen geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van God dan op de heersende mening?

De Paus schrijft in zijn recente brief "Novo Millennio Ineunte" dat we niet hoeven te vrezen dat de blijmoedige verkondiging van ons geloof in Jezus als het licht van de wereld een belediging zal zijn jegens de identiteit van de andersdenkenden. De anderen hebben zelfs recht op onze verkondiging; ze kunnen ons erop aanspreken. Die verkondiging zullen wij doen met het grootste respect voor ieders vrijheid. De missieopdracht verhindert niet het oprecht luisteren naar de ander. De Kerk houdt nooit op met de hulp van God de volheid van de waarheid te zoeken. God alleen is de absolute waarheid. De leden van de Kerk kunnen zich steeds verdiepen in de theologische waarheid en dit is de basis voor de christelijke dialoog met de filosofie, de culturen, en andere religies. De Kerk herkent dat zij zelf niet alleen gegeven heeft maar ook veel ontvangen heeft van de geschiedenis en van de ontwikkeling van het menselijk geslacht. Het opgeven van de aanspraak op de waarheid is een aanslag op de hersenen van de mens.

Cultuurhistoricus Von der Dunk stelde onlangs dat de waarheid het verdient gerelativeerd te worden om een leefbare wereld te krijgen. Hij zei dat Pilatus de grote man was die het hoofd koel wist te houden en zich de vraag stelde: "Wat is waarheid?" Het zijn volgens hem de meest verstandige woorden in het hele Nieuwe Testament. Als het bij deze vraag was gebleven zou ik het niet erg vinden. Maar hoe gaat het verhaal verder? Dat schijnt sommigen niet te interesseren. Pilatus aarzelt en vraagt aan het volk wat hij met Jezus moet doen. Pilatus schrikt voor het toenemende tumult, laat water brengen en wast zijn handen in onschuld. Nadat hij Jezus heeft laten geselen, levert hij hem over om gekruisigd te worden. Pas dan komen die opgewonden kelen tot bedaren. De vraag naar de waarheid is niet een theoretische vraag die alleen maar filosofen intereseert. De waarheid bestaat niet in abstracto, concrete waarheden bestaan. Het vage waarheidsbegrip van Pilatus heeft degelijke gevolgen voor Jezus van Nazaret.

Hoe ziet de rooms Katholieke Kerk en met name paus Johannes Paulus II, Karel Woytila, het probleem van de waarheid? De christen weet dat de waarheid niet alleen op de wereld staat en dat die met liefde beleefd moet worden. God is liefde en daarom mag de christelijke waarheid niet intolerant of autoritair zijn.

Karel Woytila heeft tijdens zijn tiener jaren de nazi bezetting meegemaakt en later de communistische overheersing. Hij heeft erover nagedacht en kwam geleidelijk aan tot de overtuiging dat de crisis van de moderne wereld allereerst een crisis van ideeën was, en met name een crisis in het begrip 'persoon'. De geschiedenis wordt gedreven door culturen en de ideeën zijn het die vorm geven aan die culturen. Ideeën hebben gevolgen.

Het misbruik van de waarheid betekent niet dat wij haar moeten prijsgeven. Ook niet wanneer er velen daar misbruik van zouden maken. De moderne mens is trots op zijn humanisme en verklaart de vrijheid als zijn hoogste aspiratie. Paus Joannes Paulus II deelt diezelfde trots en aspiratie maar hij is tevens ervan overtuigd dat noch het hedendaags humanisme noch de gezochte vrijheid een solide fundament hebben. Zoals George Weigel schreef "de scheuren in de funderingen (van een cultuur) zijn niet alleen een zaak voor filosofen; ze zijn een kwestie van leven of dood voor miljoenen. De paus is ervan overtuigd dat de verschrikkingen van de twintigste eeuw, - nazi, communist, racist, nationalist, utilitarist, noem maar op-, de producten zijn van een gebrekkig begrip van de menselijke persoon".

Mens zijn betekent voor Woytila een moreel agent te zijn. Het menselijk drama voor de paus als katholiek ethicus is de strijd om "de mens die ik ben" te onderwerpen aan "de mens die ik hoor te zijn", de mens die ik zou moeten zijn. Dit gevecht betekent een confrontatie met het kwaad. Het kwaad heeft zich onmiskenbaar vertoond in de wereld tijdens de holocaust, de Gulag archipel en in ons dagelijks leven door de uitbuiting van de medemens op financieel, politiek of seksueel gebied. Het kwaad heeft voor de Paus niet het laatste woord omdat in het middelpunt van de geschiedenis Christus staat, wiens intrede onder de mensen en wiens overwinning op de dood betekenen dat de hoop geen valse illusie is noch ijdele fantasie die we zelf verzonnen hebben uit vrees voor de moderne duisternis. Karel Woytila gelooft dat de "op Christus gecentreerde hoop" de waarheid van de wereld is en daarom is het de moeite waard Hem te volgen.

Dr. Rafael Ojeda, pr.

Amsterdam, 12-5-01

www.rojeda.dds.nl