Vragen over de Personele Prelatuur van het Opus Dei

 

De vijfentwintigste anniversair van de oprichting van het Opus Dei als personele prelatuur is aanleiding om Prof. C. J. Errázuriz een aantal vragen te stellen.

 

Mgr. Errázuriz is docent kerkelijk recht aan de Universiteit van het Heilig Kruis in Rome en consultor van diverse Congregaties van de Heilige Stoel. Hij schreef onder andere ‘Het recht en de rechtvaardigheid in de Kerk’ (Giuffré Editori).

 

 

1. Wat is een personele prelatuur?

 

Een personele prelatuur is een onderdeel van de Rooms-katholieke Kerk, samengesteld door gelovigen en geordend op hiërarchische wijze, met een prelaat aan het hoofd en met priesters en diakens die met hem samenwerken. Het specifieke van de personele prelaturen is dat ze het christelijke leven en de evangelisatie bevorderen op een wijze die de taak van de bisdommen aanvult. De gelovigen van de prelatuur blijven deel uitmaken van hun bisdom.

 

Dit aanvullende karakter van de personele prelaturen beantwoordt aan verschillende omstandigheden, steeds in verband met het geestelijk welzijn van de gelovigen. Een prelatuur kan bijvoorbeeld worden opgericht om te voorzien in een bepaalde pastorale behoefte, zoals het promoten van de deelname van migranten aan het kerkelijk leven in een bisdom. Ook kan het gebeuren, zoals in het geval van de prelatuur van het Opus Dei, dat een kerkelijke realiteit voortkomt uit een charisma en de kenmerken blijkt te hebben van een personele prelatuur.

 

 

2. Hoe wordt een personele prelatuur gecreëerd?

 

Het is de Kerk zelf, door de Paus vertegenwoordigd, die het besluit neemt om een personele prelatuur in het leven te roepen, nadat hij de betrokken bisschoppenconferenties heeft geraadpleegd. Uiteraard veronderstelt dit besluit dat de wezenlijke elementen van een personele prelatuur aanwezig zijn: een gemeenschap van gelovigen, voorgezeten door de prelaat, met een clerus die hem pastoraal bijstaat en een specifieke kerkelijke reden.

 

 

3. Sinds wanneer zijn er personele prelaturen in de Kerk?

 

Hoewel er vergelijkbare hiërarchische structuren van personele aard bestonden, zoals het militaire ordinariaat, zijn de personele prelaturen een vrucht van de apostolische impuls van het Tweede Vaticaanse Concilie, die daarna opgenomen is in het huidige Wetboek van Canoniek Recht. De eerste was de prelatuur van het Opus Dei, opgericht door Paus Johannes Paulus II bij de Apostolische Constitutie “Ut sit op 28 november 1982.

 

 

4. Hoeveel personele prelaturen zijn er nu? Waarom zijn er niet meer?

 

Op dit moment bestaat alleen de personele prelatuur van het Opus Dei. Er zijn er niet meer reeds omdat ze zo recent zijn. Prelaturen moeten de garantie bieden van kerkelijke stabiliteit. Ze moeten zich harmonisch kunnen inlijven in de diocesen waarin ze opereren. Er zijn overigens andere kerkelijke organisaties zoals de militaire ordinariaten die op dezelfde wijze zijn opgezet; dat wil zeggen, personele entiteiten die de bisdommen aanvullen.

 

 

5. Waarin lijken de personele prelaturen op bisdommen, religieuze ordes en bewegingen en waarin verschillen ze?

 

Men moet voorop stellen dat alle kerkelijke realiteiten, van welke aard dan ook, deelnemen aan hetzelfde leven en dezelfde doelstelling van de enige Kerk. Daarom zijn ze allemaal geroepen om in dezelfde kerkelijke communio te leven en om in onderlinge waardering met elkaar om te gaan.

 

De personele prelaturen en de diocesen of bisdommen zijn gemeenschappen van gelovigen die, zoals dat heet, tot de hiërarchische structuur van de Kerk behoren. De diocesen zijn particuliere kerken voor alle gelovigen in een bepaald gebied. De personele prelaturen leven en opereren binnen een of meerdere bisdommen waarmee ze samenwerken in de vervulling van hun specifieke kerkelijke doelstelling.

 

Binnen de Kerk kunnen de gelovigen gemeenschappen oprichten van associatieve aard die kerkelijke activiteiten verrichten voor uiteenlopende doelen. Anders dan diocesen en prelaturen, behoren deze gemeenschappen niet tot de hiërarchische structuur van de Kerk. Sommige van deze gemeenschappen zoals broederschappen of verenigingen van naastenliefde, veronderstellen geen specifieke roeping van hun leden. Andere veronderstellen een roeping die wortelt in een bepaald charisma. Ordes en religieuze congregaties brengen gelovigen bijeen die, bewogen door een eigen charisma, een publiek en officieel getuigenis geven van de radicaliteit van het evangelie in het eigen leven en in hun apostolische actie.

 

De bewegingen zijn associatieve vormen van charismatische oorsprong. Allerlei gelovigen maken er deel van uit, vooral lekengelovigen die midden in de wereld leven, en die onder elkaar banden van broederlijkheid en apostolaat hebben die verband houden met een bepaald charisma.

 

 

6. Wat was het Opus Dei voordat het een prelatuur werd? Wat is het verschil tussen de statuten van 1950 en de huidige?

 

Vanaf de stichting op 2 oktober 1928 was het Opus Dei, in de kiem hetzelfde als wat wij nu ontkiemd zien: een deel van de Kerk, samengesteld door gelovigen en hiërarchisch gestructureerd rond een hoofd, de stichter, de heilige Jozefmaria Escrivá, priester. Deze kerkelijke, universele realiteit moest natuurlijk nog erkend worden door de Kerk en het was nodig dat de Heilige Stoel die realiteit als hiërarchische structuur vorm zou geven. Het is een langdurig proces geweest. Dat is begrijpelijk omdat het een nieuw verschijnsel is in het leven van de Kerk.

 

Vóór de oprichting als personele prelatuur, de juridische vorm die volledig beantwoordt aan de realiteit van het Opus Dei, was het Opus Dei goedgekeurd als seculier instituut. De erkenning als seculier instituut maakte het mogelijk dat alle gelovigen, priesters en leken, deel uitmaakten van dezelfde kerkelijke realiteit en gaf een zeker gezag aan de priester die aan het hoofd stond. De statuten van 1950 gaven een getrouw beeld van de realiteit van het Opus Dei, maar, omdat het in het schema van het seculiere instituut moest passen bevatte het ook elementen die niet pasten bij het seculiere karakter van het Opus Dei. Deze elementen komen in de statuten van de prelatuur niet meer voor.

 

 

7. Heeft het Opus Dei sinds de oprichting als prelatuur een grotere autonomie? Mag men spreken van het Opus Dei als een kerk binnen de Kerk?

 

Geen enkel deel van de kerk is ‘een kerk binnen de Kerk’, maar juist het tegendeel: ieder deel bevordert banden van communio jegens de gehele Kerk. De gelovigen van het Opus Dei zijn en voelen zich levende ledematen van de universele Kerk en van de bisdommen waarin ze actief zijn zoals de andere gelovigen. Bovendien voorziet deze prelatuur niet, zoals dat het geval zou kunnen zijn bij andere prelaturen, in aspecten van de gewone pastorale zorg van bisdommen, bijv. doopsels, vormsels, huwelijken, uitvaarten, enzovoort. De aandacht gaat meer uit naar de vorming van de eigen gelovigen en van degenen die aan het apostolaat van de prelatuur willen deelnemen. Denkt u aan ontmoetingen, bezinningsdagen, theologische studies, geestelijke begeleiding, et cetera.

 

De legitieme autonomie van het Opus Dei om zijn kerkelijke zending te vervullen zou ik willen kenschetsen als een autonomie in gemeenschap: gemeenschap met de universele Kerk en met de paus, met de particuliere kerken en de plaatselijke bisschoppen. Overigens heeft iedere gelovige en iedere kerkelijke instelling een zekere autonomie binnen de Kerk. Het Opus Dei heeft in zijn huidige vorm als prelatuur de autonomie die eigen is aan de instellingen die deel uitmaken van de hiërarchische structuur van de Kerk. Aan het hoofd van deze instellingen staat iemand met bisschoppelijke bevoegdheid. Deze autonomie is anders dan de autonomie van de instellingen van associatieve aard.

 

 

8. Welke is de zending van de prelatuur van het Opus Dei? Wat is zo bijzonder aan deze zending dat niet te vinden zou zijn in andere families in de Kerk?

 

De zending van de prelatuur van het Opus Dei is dezelfde heilszending van heel de Kerk. Het specifieke van het Opus Dei is zijn charisma van heiliging en apostolaat in het beroepswerk en in het gewone leven. Voor dit charisma geldt hetzelfde als voor ieder ander charisma: het is een gave van God. Het was eerst gericht tot de heilige Jozefmaria als stichter en daarna aan zijn geestelijke dochters en zonen en aan allen die hiervan min of meer direct participeren. De prelatuur komt voort uit dat charisma. De oprichting van de prelatuur is niet ingegeven omdat die vorm nu eenmaal goed van pas kwam, maar omdat het charisma vereist dat een gemeenschap van gelovigen gevormd wordt die past in de hiërarchische structuur van de Kerk.

 

 

9. Hoe wordt de prelatuur van het Opus Dei bestuurd? Wie heeft de leiding?

 

Zoals in iedere prelatuur berust de leiding van de prelatuur van het Opus Dei bij de prelaat en zijn vicarissen, die op verschillende niveaus bijgestaan worden door raden waarin andere gelovigen meewerken, veelal leken, vrouwen en mannen. Bovendien, leveren de lekengelovigen een wezenlijke bijdrage aan de organisatorische taken en aan de vormingsactiviteit van het Opus Dei.

 

 

10. Hoe wordt de prelatuur gefinancierd?

 

De prelatuur van het Opus Dei wordt gefinancierd zoals de bisdommen en andere prelaturen, dat wil zeggen, vooral door de bijdragen van de eigen gelovigen en van andere mensen die de zending van de prelatuur financieel willen steunen. De apostolische initiatieven op het gebied van onderwijs, gezondheid, sociale projecten, etc., waarin de prelatuur alleen verantwoordelijk is voor de christelijke geest, worden gefinancierd zoals dezelfde instellingen van hun soort.

 

 

11. Van wie is de prelaat van het Opus Dei afhankelijk? Wie benoemt hem?

 

De prelaat van het Opus Dei en de prelatuur zelf zijn afhankelijk, zoals alle andere kerkelijke organisaties, van de Heilige Stoel. Dat wil zeggen, van de Heilige Vader en van de instelling die hem helpt met betrekking tot bisdommen en prelaturen, namelijk de Congregatie voor de Bisschoppen.

 

De prelaat van het Opus Dei wordt benoemd door de Paus, conform de procedure die voorzien is in de statuten van de prelatuur. Daarin is bepaald dat de leden van de prelatuur hun visie geven over de persoon (een priester) die zij het meest geschikt achten. De Heilige Vader kan de prelaat tot het bisschopsambt roepen. Dit is weliswaar niet noodzakelijk, maar wel zeer passend bij zijn hiërarchische zending als herder. Zo is het ook gebeurd met de eerste twee prelaten, Mgr. Alvaro del Portillo en Mgr. Javier Echevarria.

 

 

12. Maken de leken ook deel uit van de prelatuur of alleen de priesters?

 

Zowel leken als priesters, op gelijkwaardige wijze, maken deel uit van de prelatuur. In de Kerk als geheel en in elk onderdeel bestaat een fundamentele gelijkheid tussen alle gelovigen wat betreft de waardigheid en de zending als christenen. Tegelijkertijd is er een wezenlijk onderscheid wat betreft het priesterschap. Deze verscheidenheid is het fundament van de organische medewerking tussen priesters en leken in dezelfde zending van de Kerk. Als men de prelatuur zou zien als een instelling van priesters alleen, zou men afbreuk doen aan de realiteit van het Opus Dei en aan de nieuwigheid en specifieke trekken van de prelaturen. In deze visie zijn de prelaturen verenigingen van priesters die in de prelatuur zijn geïncardineerd. Dergelijke instellingen zijn zeer belangrijk in het leven van de Kerk, maar ze zijn –vanwege hun associatieve en klerikale aard- anders dan de prelaturen.

 

Bij het Opus Dei hoort een vereniging van priesters, het Priestergenootschap van het Heilig Kruis, dat onafscheidelijk verbonden is met de prelatuur. Het lidmaatschap van het priestergenootschap betreft alleen het geestelijk leven van haar leden, niet hun pastoraal werk. Dat werk verandert niet door het feit dat een priester lid van de vereniging wordt. De priesters van de prelatuur en de andere diocesane priesters die de roeping tot het Opus Dei hebben ontvangen maken deel uit van het priestergenootschap om zich in hun eigen priesterroeping te heiligen, zonder een aparte groep te vormen. Zij proberen dat hun ambt en inlijving in het bisdom, (de eigen plaats in de dienst aan de Kerk), steeds vruchtbaarder zijn, in volledige en hartelijke gehoorzaamheid aan hun bisschop en in broederlijke eenheid met alle andere priesters.

 

 

13. Wat is het verschil tussen een gewone min of meer praktiserende katholiek en iemand van het Opus Dei?

 

Er is geen verschil, in zoverre een lid van het Opus Dei een gewone katholiek is die binnen zijn christelijke roeping een specifieke roeping heeft ontvangen. Hij maakt deel uit van een geestelijke familie en probeert een betere christen te zijn en met de zending van de Kerk mee te werken. Deze roeping onderscheidt hem niet van de anderen. Anders dan bij een religieus, verandert haar of zijn leven niet in een kerkelijk teken van de navolging van Christus. De seculariteit is wezenlijk voor alle gelovigen van het Opus Dei, ook voor degenen die het apostolische celibaat beleven als deel van hun roeping. Als men onder ‘gewone katholiek’ verstaat iemand die in zijn of haar leven niet bijzonder geëngageerd is met de Heer en met de Kerk, dan zullen de gelovigen van het Opus Dei proberen buiten deze categorie te vallen. Sterker nog: ze weten zich geroepen om hun naasten in herinnering te brengen dat voor een leerling van Christus “gewoon zijn” betekent Christus onvoorwaardelijk volgen, ook wanneer dat opvallend of zelfs onbegrijpelijk is vanuit een niet-christelijk perspectief.

 

 

14. Hoe is het mogelijk dat om lid te worden van een prelatuur een specifieke roeping wordt vereist?

 

Het vereiste van een roeping is niet wezenlijk in een personele prelatuur. Een prelatuur kan voortkomen uit verschillende omstandigheden die vaak verband houden met de sociale banden tussen de leden.

 

Maar, het is mogelijk dat de kerkelijke realiteit zelf een specifieke roeping vereist, zoals dat het geval is bij het Opus Dei. De Kerk erkent en bevordert iets dat van de Heilige Geest komt, en als je dat laat varen zou de prelatuur van het Opus Dei ophouden te bestaan.

 

 

15.Waartoe verplicht zich iemand die van het Opus Dei wordt?

 

De toetreding tot het Opus Dei is wezenlijk verbonden met de persoonlijke roeping van die gelovige. De verplichtingen die met de roeping samenhangen hebben betrekking op het geestelijk leven, de eigen vorming, de actieve deelname aan de apostolische activiteiten die door de prelatuur worden ontwikkeld. Dit zijn zaken waarin een gelovige vrij is om een eigen weg te kiezen. De band met de prelatuur is volkomen in harmonie met de verplichtingen van de gelovige jegens de kerk, het bisdom of met andere verplichtingen die op haar of hem rusten. De band met het Opus Dei beoogt juist de gelovige te helpen al die verschillende verplichtingen in de Kerk en in de maatschappij te vervullen.

 

Voor enkele gelovigen houdt dit ook in dat zij het apostolische celibaat beleven en meer beschikbaar zijn voor de apostolische activiteiten van de prelatuur.

 

 

16.Op institutioneel niveau, welke relatie onderhoudt het Opus Dei met het bisdom? Werkt de prelatuur samen met de religieuze instituten en met andere kerkelijke organisaties?

 

Het leven van de prelatuur maakt deel uit van het leven van het bisdom. Daarom staat de prelatuur voortdurend in relatie met het bisdom en met de plaatselijke bisschop. Bovendien is de tussenkomst van de bisschop vereist om het werk van het Opus Dei in een bisdom te beginnen of om een centrum van het Opus Dei te openen. Het belangrijkste is echter de regelmatige contacten, die bijdragen om in eensgezindheid mee te werken aan het leven van het bisdom.

 

De prelatuur van het Opus Dei leeft in communio met alle kerkelijke realiteiten in een bisdom. Binnen de legitieme kerkelijke autonomie van al deze realiteiten, biedt het leven van het bisdom waaraan ze allemaal deel hebben, veelvuldige gelegenheden tot contact en samenwerking. Het Opus Dei vormt geen aparte groep binnen een diocees.

 

 

17.Wat heeft een diocees aan de arbeid van de gelovigen van het Opus Dei?

 

Het werk en het hele leven van de mensen van het Opus Dei, is voor zover ze trouw zijn aan hun roeping, een deel van het geestelijk welzijn van het bisdom. Volgens het charisma van het Opus Dei, speelt de bijdrage van de leden zich af in het beroep, in het gezin, in de gewone omstandigheden van de gewone vrouw of man op straat. Deze bijdrage verschilt in zoverre niet van die van het overgrote deel van de overige gelovigen van het bisdom. Zij zetten zich in om het Evangelie consequent te beleven, dat wil zeggen, de mensen uit liefde tot God te dienen.