DE ONONTBINDBAARHEID VAN HET HUWELIJK EN ECHTSCHEIDING

Mensen  trouwen met de hoop dat de band die ze aangaan  eeuwigdurend zal zijn. Jonge stellen die tegenwoordig een kerkelijk huwelijk willen sluiten zijn schaars en mijn ervaring is dat ze degelijk over het huwelijk tot de dood hebben nagedacht en dat hun hartewens is. Ze weten dat het niet eenvoudig is en komen om Gods zegen over hun verbintenis te vragen. Als het kerkelijk trouwen vroeger uit maatschappelijke overwegingen kon gebeuren is dat nu bijna nooit het geval.

Als priester heb ik de laatste jaren intense momenten van vreugde beleefd in de voorbereiding van jongeren tot het huwelijk. Omdat het aantal bruidsparen niet hoog is kiezen we meestal voor 5 of 6 gesprekken met het bruidspaar waarbij gesproken wordt over zaken die gerelateerd zijn aan het gezin dat ze willen stichten. Voor velen is die periode ook de kans om het geloof opnieuw te herontdekken. Om het huwelijk als sacrament te begrijpen moet je voldoende kennis hebben van de andere aspecten van het geloofsleven. Ik heb nog niet meegemaakt dat mensen die bij ons zijn getrouwd in de laatste vijf jaar uit elkaar zijn gegaan.

Toch is er voor een priester een groot verdriet wanneer hij geconfronteerd wordt met echtparen die na (soms lange) tijd beslissen uit elkaar te gaan. Het komt op scholen vaak voor dat kinderen onder elkaar spreken over de verdeling van de weekends, de een met pa en de ander met ma. Dit gebeurt ook onder mensen die kerkelijk getrouwd zijn. In dit stuk wil ik ingaan op de vraag waarom dit zo is en of er sprake kan zijn van invloed van de echtscheidingsmentaliteit van de burger-maatschappij in de wereld van de christengelovigen.

Toename van het aantal huwelijksprocessen

In de laatste tien jaar is het aantal processen voor de nietigverklaring van het huwelijk aanhangig gemaakt bij de Romeinse Rota bijna verdubbeld. In 1991 waren het er 591 en in 2001 was het cijfer gestegen tot 1055 gevallen[1]. In de kerkelijke rechtbanken van heel Europa zijn er in 1999 een totaal van 9179 zaken behandeld die eindigden met de erkenning van de nietigheid van een huwelijk[2].

Aan de ene kant is de opmerkelijke toename van de processen een indicatie dat de waarden van veel gelovigen onder invloed zijn komen te staan van de secularisatie van de maatschappij: het slechts burgerlijk trouwen, het samenwonen, het geregistreerd partnerschap en zelfs het zogenaamd ‘homohuwelijk’ zijn niet meer zo zeldzaam in onze omgeving.

Aan de andere kant zou de toename van de huwelijksprocessen kunnen betekenen dat de gelovigen die hun toevlucht nemen tot de kerkelijke rechtbanken een oplossing zoeken voor het lijden waarin ze zich bevinden na een echtscheiding. Ze beseffen dat slechts het definitieve oordeel van de kerk over hun mislukte huwelijk de innerlijke rust en vrede kan verschaffen.

Het huwelijk als cultureel bepaald instituut

Veel mannen en vrouwen geven aan het huwelijk een louter culturele dimensie. Het huwelijk zou een creatie zijn van de eigen beschaving, ontstaan in een bepaalde tijd volgens de toen heersende mentaliteit. Door het moderne begrip van vrijheid denken vele stellen dat ze met het huwelijk kunnen doen wat ze zelf willen. De vrijheid wordt beschouwd als het vermogen om zelf te beschikken over een gekozen doel en over de middelen daartoe. Vaak wordt de gedachte terzijde geschoven of verworpen dat het huwelijk een instelling is met een kern die bepaald wordt door een hogere ‘natuurwet’ die de menselijke wet gehoorzamen en eerbiedigen moet.

Zelfs onder katholieken heerst soms een visie van de onontbindbaarheid als een soort beperking van de vrijheid van de gehuwden: een last die ondraaglijk kan zijn. In dit perspectief wordt de onontbindbaarheid gezien als een externe wet die de gehuwden opgelegd zou worden tegen de ‘legitieme’ verwachtingen van de toekomstige ontwikkeling van de persoon. Hierbij komt ook nog de verspreide mening dat een onverbreekbaar huwelijk iets voor gelovige mensen is, en die dat niet aan de rest van de maatschappij mogen opleggen.

Wat is de katholieke visie op de onontbindbaarheid van het huwelijk?

Paus Johannes Paulus II, zei in februari van 2002 dat om een volledig antwoord op deze vraag te geven  moeten we beginnen met het raadplegen van het woord van God[3]. Wanneer Jezus met de Farizeeën en later met zijn leerlingen over de gewoonte van de echtscheiding in Israël sprak heeft Hij een samenvatting gegeven van zijn gedachte hieromtrent:

“Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin man en vrouw heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’...” (Mt. 19, 3-12).[4]

Man en vrouw verbinden zich met elkaar in vrijheid. Hun instemming betreft echter een goddelijk plan: ze worden één vlees en Gods bedoeling is het dat ze bij elkaar blijven tot de dood hen scheidt. God heeft de mens geschapen, -man en vrouw- en als ze dat willen kunnen ze het huwelijk aangaan met als eigenschapen de eenheid (ze zijn dus niet meer twee maar één) en de onontbindbaarheid (wat God heeft gebonden moet de mens niet scheiden) [5]. Zonder deze natuurlijke eigenschappen zou het huwelijkssacrament onbegrijpelijk zijn.

De onontbindbaarheid is niet alleen een ideaal voor het huwelijk maar een wettelijke voorwaarde van de natuur die voor alle mensen van toepassing is. Talloze vrouwen en mannen van alle tijden en plaatsen hebben overeenkomstig dit plan van de schepper geleefd, lang voor de komst van de Verlosser.

Het huwelijk is per definitie onontbindbaar. Derhalve is de onverbreekbaarheid iets goeds voor het huwelijk zelf. Het niet begrijpen van het onontbindbaar karakter van het huwelijk betekent de essentie van het huwelijk niet begrijpen. De last van de onontbindbaarheid en van de beperkingen die ze met zich meebrengen zijn de keerzijde van dezelde munt: de goederen en de verrijkende mogelijkheden die aan het huwelijk eigen zijn. Het is zinloos te spreken over ‘oplegging door een menselijke wet’ omdat de menselijke wet een weerspiegeling en verdediging moet zijn van de menselijke natuur en van de goddelijke wet, die altijd een bevrijdende waarheid zijn (vgl. Joh. 8,32).

De onontbindbaarheid van het huwelijk -zoals heel de boodschap van het christendom- is bestemd voor de vrouwen en mannen van alle tijden en plaatsen. Om dit te verwezenlijken is het noodzakelijk dat deze waarheid zowel door de Kerk in haar verkondiging als door de christelijke gezinnen uitgedragen wordt.

De christenen mogen zich niet neerleggen bij de heersende echtscheidingsmentaliteit. De leerstellige aspecten dienen doorgegeven en verduidelijkt te worden, maar nog belangrijker is het stellen van consequente handelingen[6]. Op dit gebied ligt er een taak voor alle christelijke kerken als teken van oecumene.

Wat doen we als gelovigen in geval van een huwelijkscrisis?

Wanneer een huwelijk moeilijkheden doormaakt zal de pastor en de andere gelovigen die met het echtpaar omgaat naast begrip voor de situatie, met liefde en duidelijkheid ook moeten herinneren dat de echtelijke liefde de weg is om de crisis op een positieve wijze op te lossen. Juist omdat God hen heeft verenigd met een onontbindbare band zullen de echtgenoten gebruikmakend van alle middelen en vooral vertrouwend op Gods genade hernieuwd en gesterkt uit die momenten van verwarring en verblinding kunnen komen.

Wanneer men de rol van het recht overweegt in het geval van een huwelijkscrisis denkt men te snel uitsluitend aan de processen die het huwelijk nietig verklaren of ontbinden. Deze mentaliteit dringt soms door tot in het kerkelijk recht, dat gezien wordt als de weg om oplossingen te vinden voor gewetensproblemen bij mislukte huwelijken van de gelovigen. En gedeeltelijk is dit waar maar de eigenlijke oplossingen moet men onderzoeken op een wijze die de onontbindbaarheid van het huwelijk erkent wanneer het huwelijk op geldige wijze is gesloten.

Het is waar dat de nietigverklaring van een huwelijk op grond van de door het canoniek proces verworven waarheid aan de gewetens de vrede brengt, maar zulke verklaring moet voortvloeien uit een overtuigd respect en waardering voor het onverbreekbaar huwelijk en voor het gezin dat daarop gegrondvest is. De echtgenoten zelf dienen de eersten te zijn die begrijpen dat alleen in het eerlijk zoeken naar de waarheid hun eigen goed te vinden is zonder van tevoren uit te sluiten dat de verbintenis alsnog bevestigd wordt.

Het is goed zo’n proces aan te gaan wanneer men grondige twijfels heeft over de geldigheid van een huwelijk en als men op zoek is naar een objectief oordeel van de kerkelijke autoriteit over dit punt. De taak van de kerkelijke rechters is een pastorale activiteit die wordt geïnspireerd door het principe van de onontbindbaarheid van het huwelijk en probeert het effectief naleven ervan te waarborgen. Zonder de processen en de vonnissen van de kerkelijke rechtbanken zou de vraag over het wel of niet bestaan van een onverbreekbaar huwelijk verbannen worden tot het eigen geweten met het evidente gevaar voor subjectivisme, vooral wanneer in de burgerlijke maatschappij het huwelijk in diepe crisis verkeert.

Elk rechtvaardig vonnis over de geldigheid of de nietigverklaring van het huwelijk is een bijdrage tot de cultuur van de onontbindbaarheid, zowel in de kerk als in de wereld. Hierdoor bereikt men een noodzakelijke rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Daarentegen, een onrechtvaardig kerkelijk vonnis van nietigverklaring van een huwelijk, dat de waarheid van de normatieve principes zou ontkennen en onrecht aan de feiten zou doen, is een bijzonder ernstige vergissing. Dit zou een houding bevorderen van ongeloof in de onontbindbaarheid van het huwelijk: je belijdt iets met de mond wat je met je daden loochent.

In de afgelopen jaren heeft men soms het traditionele voordeel van het huwelijk (favor matrimonii) uitgespeeld tegen het voordeel van de vrijheid of van de persoon (favor libertatis of favor personae). In deze schijnbare tegenstelling blijkt duidelijk dat het onderliggende probleem de onontbindbaarheid is. De tegenstelling is hier des te schrijnender want het is de waarheid over het huwelijk zelf dat gerelativeerd wordt. Het is niet correct een beroep te doen op de vrijheid van de gehuwden tegen de waarheid van een huwelijksband omdat deze band door de gehuwden zelf in vrijheid is genomen met de bedoeling om trouw aan de werkelijkheid van het huwelijk te zijn. Het huwelijk is een instelling die niet veranderd kan worden door de menselijke vrijheid. De kerkrechtelijke activiteit dient daarom geïnspireerd te zijn in een voordeel van de onontbindbaarheid (favor indissolubilitatis).

Getuigenis van de christelijke huwelijken

De vele echtscheidingen kunnen ons wat pessimistisch stemmen. Johannes Paulus II spoort ons aan om een hernieuwd optimisme aan de dag te leggen in het vertrouwen dat voortkomt uit het huwelijkssacrament en de steun die de Heer aan de echtgenoten biedt.

De Kerk en iedere christen zou licht der wereld moeten zijn (vgl. Mt 5,16). Deze woorden van Jezus kunnen vandaag de dag op bijzondere wijze toegepast worden op het onontbindbaar huwelijk. Soms lijkt het alsof de echtscheiding zo geworteld is in bepaalde sociale milieus dat het bijna niet de moeite loont om die te bestrijden door het bevorderen van een andere mentaliteit, een sociale gewoonte en een passende wetgeving die gunstig zijn voor de onontbindbaarheid. En toch is het de moeite waard! De hele maatschappij is gebaat met sterke gezinnen en de gevolgen van hun afwezigheid zijn aantoonbaar verwoestend[7].

Het beste getuigenis van de waarde van de onontbindbaarheid van het huwelijk is het huwelijksleven van de echtgenoten, die trouw zijn aan elkaar door de vreugden en beproevingen van het leven heen. Maar de waarde van de onontbindbaarheid kan niet beschouwd worden als het resultaat van een louter privé keuze omdat die op heel het leven van de maatschappij een invloed heeft.

Naast het promoten van initiatieven ten gunste van de gezinnen zou men het gevaar van een gedoogbeleid moeten vermijden op zaken die de kern van huwelijk en gezin raken.

Enkele initiatieven die bewezen hebben in een behoefte te voorzien zijn: aandacht schenken aan de huwelijksvoorbereiding door middel van persoonlijke aandacht, cursussen voor echtparen in verschillende levensfasen, gezinsdagen en het vieren van huwelijksjubilea, enz. De echtgenoten zullen hun hele leven aan zichzelf blijven werken om een beter mens te worden en de geestelijke begeleiding is een grote steun hierin.

Onder de initiatieven op juridisch gebied mag men denken aan: het door de burgerlijke wet laten erkennen van het onverbreekbaar huwelijk; het bestrijden van wettelijke maatregelen die de echtscheiding introduceren of vergemakkelijken; oppositie voeren tegen het gelijkstellen van andere vormen van verbintenis zoals het samenwonen of het zogenaamd ‘homohuwelijk’. Ook in positieve zin kan men proberen dat het ‘gewone’ huwelijk een betere sociale erkenning geniet.

Civiele rechters en advocaten rond echtscheiding

Ieder werkend mens heeft de plicht om in zijn beroep naar vermogen bij te dragen tot de opbouw van de maatschappij. Juristen die werkzaam zijn op het gebied van het burgerlijk recht dienen zich zo veel mogelijk te onthouden van medewerking aan kwaadaardige praktijken van anderen.  Echtscheiding ontregelt het gezinsleven en de samenleving. Deze ontregeling brengt schade aan de partner die in de steek gelaten wordt, aan de kinderen die blijvend lijden en aan de gemeenschap vanwege het aanstekelijke karakter waardoor het een ware plaag wordt[8].

Een katholiek jurist weet dat een geldig gesloten en voltrokken huwelijk door geen menselijke autoriteit en door geen enkele oorzaak, behalve de dood, ontbonden kan worden[9]. Maar of een huwelijk wel of niet geldig is gesloten is niet altijd even helder en verschillende katholieke juristen zouden over een concreet geval anders kunnen denken. Er kunnen verschillende visies naast elkaar staan. Als zij te maken krijgen met katholiek gehuwden in een civiel echtscheidingsproces zouden ze deze mensen moeten attenderen op de mogelijkheid c.q. de plicht om een parallel proces voor de kerkelijke rechtbank te voeren. De Kerk heeft in deze een eigen onvervangbare bevoegdheid over het kerkelijk huwelijk. De feitelijke scheiding van de echtgenoten met behoud van de huwelijksband kan in bepaalde gevallen, voorzien door het kerkelijk recht, geoorloofd zijn[10].

De rechters hebben als taak bij een gegeven geval uit te spreken wat in wet voorzien is. Voor de rechters is het niet eenvoudig zich te onthouden van het uitspreken van een echtscheidingsvonnis want meestal is er voor hen geen mogelijkheid om een beroep te doen op gewetensbezwaren om vonnis uit te vaardigen. In dit geval gelden de traditionele beginselen van de medewerking tot het kwaad. Rechters kunnen toch doeltreffende middelen vinden om de huwelijksband te bevorderen, vooral door persoonlijke gesprekken en een wijze toepassing van de mogelijkheden voor schikking en verzoening onder de gehuwden.

 

De advocaten zullen als beoefenaren van een vrij beroep in beginsel hun diensten kunnen weigeren in zaken met een onrechtvaardig doel. Het kan voorkomen dat één van de echtgenoten het onschuldig slachtoffer is van een echtscheiding. Indien de burgerlijke echtscheiding als enige mogelijkheid overblijft om bepaalde wettige rechten, de zorg voor de kinderen of de bescherming van het erfdeel veilig te stellen, kan ze gedoogd worden, zonder daarom een morele fout te betekenen[11]. Advocaten kunnen de rechten van de mensen werkelijk dienen en vermijden ze op deze wijze louter technische instrumenten te zijn ten dienste van een willekeurig belang.

 

Kortom

De onontbindbaarheid van het huwelijk is een groot goed voor de echtgenoten, voor de kinderen, voor de kerk en voor heel de maatschappij die onze aandacht, promotie en bescherming verdient.  Het sociale klimaat is ten dele aan het veranderen: steeds meer zijn er stemmen die opkomen voor de waarde van het gezin. De nieuwe gevoeligheid voor het gezin is een goede basis om met overtuiging te laten zien dat het huwelijk tussen man en vrouw en voor het hele leven de beste weg is voor een gezonde maatschappij.

Dr. Rafael Ojeda, pr,

De schrijver is kerkjurist en als priester werkzaam in Amsterdam

 

E-mail:  rojeda@dds.nl

 


 

Voetnoten

 

[1] Toespraak van Mgr. R. Funghini, deken van de Romeinse Rota, op 28 januari 2002.

[2] Verdere details zijn te vinden in Newsletter, maart 2002, Canon Law Society of Great Britain and Ireland, pp. 43-47, genomen uit Annuarium Statisticum Ecclesiae, 1999.

[3] Toespraak van Paus Johannes Paulus II aan de Romeinse Rota op 28 januari 2002.

[4] Andere teksten van het Nieuwe Testament over de onontbindbaarheid het huwelijk zijn: Mt. 5, 31-32; Mc. 10, 9-11; Lc. 16.18; 1 Kor. 7, 9-11.

[5] Wetboek van Canoniek Recht, can. 1056.

[6] Toespraak van Paus Johannes Paulus II aan de Romeinse Rota op 21 januari 2000.

[7] Vgl. Tweede Vaticaanse Concilie, Pastorale constitutie ‘Gaudium et Spes’, 47.

[8] Katechismus van de Katholieke Kerk, n. 2385.

[9] Wetboek van Canoniek Recht, can. 1141.

[10] Wetboek van Canoniek Recht, can. 1151-1155.

[11] Katechismus van de Katholieke Kerk, n. 2383 &2.