CheckStat
Gehoorzaamheid en gezag in de katholieke kerk Gezag in de Kerk

De verhouding tussen gezag en gehoorzaamheid in de Kerk

Father James Quinn, SJ

Het is van belang duidelijke ideeën te hebben over de ware betekenis van het gezag in de katholieke Kerk. In het bijzonder vandaag de dag. De Kerk leeft in de wereld, Zij moet ‘vlees worden’ in de wereld. Maar zij moet ook op haar hoede zijn tegenover de ideeën en waarden van de wereld die haar voortdurend infiltreren en de ideeën en waarden van de Kerk dreigen te verwateren. En de wereld is in onze dagen ‘met ons’, als ik het zo mag uitdrukken, nog meer dan ooit te voren.

 

De Probleemstelling

Het gezagsprobleem is tegenwoordig heel breed. Het doet zich voor zowel binnen als buiten de Kerk. Het ligt ten grondslag aan de studentenopstanden, protestbewegingen, revolutionaire acties, zelfs onenigheid in de gezinnen. Het is een probleem dat ligt aan de wortel van vele andere.

Vandaag de dag plaatst men een impliciet vraagteken bij de betekenis van de autoriteit in de Kerk. Heeft de menselijke autoriteit -zelfs de kerkelijke autoriteit- Gods gezag overgenomen en onze vrijheid van dochters en zonen van God ingeperkt? Is de christelijke gehoorzaamheid slechts rechtstreeks aan God verschuldigd of ook aan God door de gehoorzaamheid aan anderen?

 

De context

Als het gezag in de Kerk in twijfel wordt getrokken is dit niet per se een slechte zaak. Het kan een teken van leven zijn en voorwaarde voor vernieuwing. Het mag een aanwijzing zijn tot een proces van zuivering in de Kerk. De protestbeweging hoeft niet geheel negatief te zijn: het kan protesteren tegen een verkeerd begrip van gezag of tegen een verkeerd gebruik ervan.

Laten we beginnen met onszelf te herinneren aan de grenzen van dit onderwerp.

De context van de bespreking is de bovennatuurlijke context van het geloof, de hoop en de liefde. Het zou een verkeerde start zijn als we zouden beginnen met menselijke begrippen van gezag en daarna hun logica zouden toepassen op het concept van goddelijk gezag. Geestelijk gezag behoort primair en onvoorwaardelijk aan God. Op dezelfde wijze behoort het aan Christus, de verheerlijkte Heer, aan wie alle gezag gegeven is in de hemel en op aarde. Het behoort ook aan degenen die het van Christus door de Heilige Geest ontvangen hebben. Gehoorzaamheid is primair aan God en daarna aan de door God bevoegde autoriteit verschuldigd.

 

De gave van de Geest

Geestelijke autoriteit is een gave van de Geest. Hierin zien we een diepe kloof tussen goddelijk en menselijk gezag. Menselijk gezag, behalve dat het deelneemt aan de goddelijke autoriteit door ‘delegatie’, ligt op het vlak van de natuur. Goddelijk gezag is volledig een gave van de genade.

Het model voor de autoriteit in de Kerk van Christus is uniek: het voorbeeld van Christus zelf, de dienaar van Jahweh. Geestelijk gezag is dichter bij moreel gezag: dat is een soort autoriteit die veronderstelt het vermogen tot leiderschap en dienstbetoon, zonder kracht of dwang. Het dichtstbijzijnde voorbeeld is de gezagsverhouding binnen het gezin. In een gezin is het gezag op zijn zuiverst gefundeerd op de liefde. Werkelijk gezag in de Kerk is bedoeld om gegrondvest te zijn niet in kracht of dwang of angst maar in de liefde. Het is een gezag ‘in de Geest’.

 

De gemeenschap van liefde

Het autoriteitsbegrip is nauw verbonden met het begrip van de Kerk. Een verkeerd Kerkbeeld brengt een verkeerd begrip van autoriteit voort. Een vernieuwd Kerkbeeld draagt in zich zijn eigen vernieuwd inzicht in de betekenis van autoriteit.

Vandaag de dag kijkt de Kerk naar zichzelf met een vernieuwd inzicht. Zij ziet zichzelf helderder vooral als goddelijke liefdesgemeenschap, de plaats van Gods tegenwoordigheid in de wereld. Noodzakelijkerwijs is autoriteit opnieuw geïnterpreteerd in termen van de goddelijke liefde.

Autoriteit is onderdeel van de grondvesten van de structuur van de Kerk. Zij heeft een eigen door God gegeven plaats binnen de liefdesgemeenschap, en nooit als een machtsstructuur omwille van zichzelf. Autoriteit is een aspect van de liefde, een gebaar van liefde, binnen de Kerk. Omdat de Kerk boven alles de gemeenschap van de goddelijke liefde is, zou de autoriteit noch de eerste noch de enige zaak moeten zijn die in het oog springt.

 

Om op te bouwen en om te behouden

De Kerk is zoals haar Meester, de dienaar van de wereld. Gezag is een deel van haar rol. Het is een dienst, een bediening aan het adres van anderen. Het gezag is niet gegeven ten bate van de persoon die het uitoefent om zichzelf te verheffen en ook niet ter verheerlijking van de Kerk in een triomfalistische betekenis. Het gezag is de Kerk gegeven opdat zij nog duidelijker gezien mag worden als de gemeenschap van liefde en waarheid. Het is in laatste instantie ten bate van de wereld gegeven, die geschapen is om één in Christus te worden door de eenheid in de Kerk.

Gezag is de Kerk gegeven om die op te bouwen en om die te behouden als de gemeenschap van liefde een waarheid. Toch is het niet het gezag dat de Kerk opbouwt of de liefde behoudt in haar liefhebbende gehoorzaamheid aan de waarheid: het is de heilige Geest.

Als de band van liefde en waarheid binnen de Kerk de heilige Geest is, dan zal het gezag, als bediening van liefde en waarheid ook een bediening van de heilige Geest zijn. De beoefening van het gezag moet de heilige Geest openbaren.

De gezagsbediening wordt op drie voornaamste wijzen uitgeoefend: door "te pas en te onpas" het onveranderlijke Evangelie te verkondigen (vgl. 2 Ti. 4, 2) van Gods zelfopenbarende liefde en waarheid; door op het sacramentele leven van de Kerk toe te zien en in het bijzonder de centrale viering van de Eucharistie; door het bevorderen van een christelijke leefwijze in het gewone leven.

 

Twee tegenstrijdige visies

Op dit punt gearriveerd moeten we even stil staan bij twee volkomen verschillende visies van de Kerk. Een onevenwichtige nadruk hierop zou een waar begrip van gezag in de Kerk kunnen ondermijnen.

De eerste visie ziet de Kerk als de plaats van de soevereine vrije handeling van de heilige Geest. De heilige Geest schept en herschept voordurend door een niet onafgebroken reeks van Pinkstergebeurtenissen. De Kerk zou een ‘gebeuren’ zijn in plaats van een ‘instituut’.

De tweede visie ziet de Kerk als ‘instituut’, hoewel niet zonder een relatie met de activiteit van de heilige Geest. De Heilige Geest zou volgens deze visie eens en voor altijd een permanente structuur voor de Kerk geschapen. De Kerk is aldus verbonden met haar verleden en valt terug op Pinksteren door een structurele identiteit. Deze structuur is hoofdzakelijk sacramenteel. De Kerk is opgebouwd door de drie ‘structuur gevende’ sacramenten van doopsel, vormsel en wijding.

De Kerk is volgens deze visie het werkterrein van de Heilige Geest en haar hele leven hangt van deze activiteit af, die door een Verbond bezegeld is. De Kerk van het Nieuwe Verbond is fundamenteel een sacramentele Kerk. Andere elementen van haar instelling (het product van menselijke geschiedenis) kunnen veranderen, maar de sacramentele structuur niet, zonder haar wezen te schaden.

 

Twee visies van gezag

Beide genoemde visies dragen in zich een eigen interpretatie van gezag. De eerste ziet gezag als uitsluitend behorend tot de Heilige Geest. De Kerk is een kanaal van de Heilige Geest. Gezag, om gezag te zijn, moet uitgeoefend worden ‘in de Geest’. Waar er geen liefde is, is er geen gezag.

Dit klinkt zeer modern maar het is in feite de leer van Wykleff (17e eeuw) in een nieuw jasje. Er is geen ‘overheersing’ mogelijk noch politiek noch geestelijk zonder genade. Volgens zijn mening zou een zondige koning niet gehoorzaamd dienen te worden; een zondige bisschop of priester is niet in staat (incapax est) om als bisschop of priester te handelen.

De tweede visie ziet het gezag als aan de Kerk gegeven geestelijke macht om uitgeoefend te worden door individuen in naam van de Kerk. Gezag wordt gedelegeerd. Het wordt niet verloren door de zonde. Het kan misbruikt worden maar binnen gegeven grenzen van het Verbond houdt niet op geldig te zijn.

Gezag is inderdaad gezag ‘in de Geest’. Zijn voornaamste doel is om de liefde op te bouwen. Het wordt gegeven ten bate van de hele Kerk, die een gestructureerde maatschappij is. Zij is geen vormeloos ‘Volk van God’.

 

Het Apostolische ambt

Degenen die gezag in de Kerk hebben doen dat op grond van een sacramentele wijding, door het bezitten van de volheid van de geestelijke macht die verkregen wordt door de wijding. Degenen die gezag in de kerk uitoefenen zijn de bisschoppen van de Kerk. Ze treden in het apostolisch ambt van de Twaalf. Binnen het apostolische ambt van de bisschoppen en daarin ook als vereiste het Petrusambt van het pausschap. De Paus, de opvolger van Petrus, is het middelpunt van de communio voor alle bisschoppen.

Rome is de zetel, volgens de taal van Sint Ignatius te Antiochië, de martelaar van de tweede eeuw, "die zit de maaltijd van de liefde voor"; dat is de liefdesgemeenschap die de Kerk is. Tegelijkertijd, zoals Christus duidelijk maakte tijdens het laatste Avondmaal, het apostolisch ambt en het Petrusambt zijn bedieningen van nederige dienst, voor de opbouw van de Kerk in liefde en waarheid.

 

Onder de leiding van de Geest

Paus en bisschoppen ontvangen autoriteit van de Heilige Geest om de Kerk te leiden in liefde en waarheid. Ze zijn in staat om met gezag en zelfs onfeilbaar te spreken -bij de rare gelegenheden dat ze het doen- omdat ze geleid worden door een speciale voorzienigheid van God. Het is niet omwille van hun goedheid, hun prudentie, hun theologische bekwaamheid, hoe wenselijk deze ook mogen zijn, dat ze dit gezag hebben maar wegens de leiding van de Heilige Geest. Bij voorbeeld: het is niet de paus als theoloog of filosoof die wij gehoorzamen maar de Paus als drager van goddelijk gezag. Dit is uiteraard geen willekeurige macht: het heeft eigen wel omschreven grenzen. Deze autoriteit is noodgedwongen groter dan de autoriteit van de argumenten die hij gebruikt of die ertoe geleid hebben bepaalde conclusies te trekken. De Heilige Geest garandeert zijn wijsheid niet, alleen maar zijn gezag. We gehoorzamen aan zijn autoriteit, niet alleen op gezag van zijn redenering of argumentatie.

 

Communicatie

Zou het gezag niet altijd begrijpelijk moeten zijn om aanvaardbaar te zijn? Hoe kan een leraar die autoriteit claimt onafhankelijk van zijn redenering nog geloofwaardig zijn? Gehoorzaamheid is uiteraard iets persoonlijks. Gehoorzaamheid is volop persoonlijk wanneer zij ‘gehoorzaamheid van het oordeel’ inhoudt; dat wil zeggen: wanneer wij de redelijkheid zien van de noodzaak van het gebod. Dit komt voort uit een houding van openheid voor de verlichting door de Geest. Maar in de context van het geloof, zou er wel een kloof moge zitten tussen begrip en aanvaarding? In feite, als deze kloof niet zou bestaan, zou het gezag instorten. Gehoorzaamheid in het slechts accepteren van datgene waarvan je zelf overtuigd bent zou betekenen dat de autoriteit niet de laatste stem heeft. Autoriteit zou gereduceerd worden tot louter privé oordelen of consensus. Zelfs in zuiver menselijke zaken verwacht het gezag gehoorzaamheid terecht zowel wanneer de waarde van het gebod begrepen wordt als wanneer het niet begrepen wordt. Wanneer autoriteit faalt in het communiceren is er een breuk in de communicatie, maar dit betekent niet een breuk in de autoriteit zelf.

Dialoog en inspraak

Gezag in de Kerk zoals ieder gezag moet menselijk zijn: het wordt uitgeoefend door en voor menselijke wezens. Als zodanig moet het passen in de menselijke natuur; zelfs de menselijke natuur die verheven wordt tot de bovennatuurlijke orde van de genade. Er is een eigen plaats, een passende plaats voor dialoog en inspraak. Hoe meer je van deze hebt, des te intelligenter en persoonlijker is de medewerking met het gezag. Maar goddelijk gezag in de Kerk overstijgt louter menselijke categorieën. Zijn eigenlijke context is God’s overtreffende voorzienigheid. Gehoorzaamheid in de Kerk is een unieke soort gehoorzaamheid, die opereert in de bovennatuurlijke dimensie van het geloof en van het vertrouwen in God. Onttrokken aan deze dimensie wordt zij gereduceerd tot het humanistische vlak. Zoals zijn tegenpool - het gezag - is gehoorzaamheid in wezen de gave van de Geest.

 

Gehoorzaamheid uit liefde

Christelijke gehoorzaamheid is derhalve buiten het bereik van de menselijke natuur zonder bijstand van de genade. Zij is gemodelleerd volgens de houding van de eeuwige Zoon tegenover zijn Vader. Gehoorzaamheid is kinderlijk en vertrouwensvol, de vrucht van de liefde, niet van de angst. Zij is een gehoorzaamheid ‘in de Geest’. Gehoorzaamheid is een geloofsdaad. Het geloof is uit zijn eigen aard vrij van dwang: het kan niet geforceerd worden. Gehoorzaamheid moet eveneens vrij van dwang zijn. Fundamenteel gezien, bestaat gezag niet om te dwingen maar om te bevrijden. Het dient de vrijheid van de dochters en zonen van God. Zijn ultieme plicht ontspruit uit de liefde. De beoefening van het gezag zou uitnodigen tot de vrije beantwoording van de gehoorzaamheid, het respons van de christelijke liefde aan de christelijke wet. Het zou de voorwaarden scheppen waaronder zulke respons gegeven kan worden. Het zou aldus een bevordering zijn van de christelijke verantwoordelijkheid. Maar het gezag kan op zichzelf genomen volledig verantwoordelijk zijn, slechts wanneer het op zijn beurt een volle verantwoordelijke gehoorzaamheid aantreft. Onder de mensen zijn rijpheid en vrijheid niet altijd volmaakt, zowel bij individuen als groepen, zelfs binnen de Kerk in haar geheel. Tot op zekere punt, zal gezag binnen de Kerk altijd beschermend en paternalistisch zijn. Wij hebben het bijbels beeld van de herder en de schapen. Maar er moet steeds een opgaand educatieproces binnen de gemeenschap zijn naar verantwoordelijke vrijheid, individueel en collectief.

Het geweten

Gehoorzaamheid, zoals gezag, is een dienst aan het goede van heel de Kerk. Door gehoorzaamheid bouwen wij de gemeenschap van liefde en waarheid op, in eenheid van geloven en handelen. Is er dan sprake van onrechtvaardigheid jegens het individu? Per slot van rekening zijn we mensen die een persoonlijk antwoord moeten geven op de waarheid zoals wij die zien. Schenden we de rechten van het individu omwille van de gemeenschap?

Wij spreken over ‘primaat van het geweten’. Geeft dit iedereen het recht om dat te doen wat hij wil, of als hij het voor zijn recht houdt? Vanzelfsprekend moeten we ons geweten volgen. Maar dit garandeert niet dat alles wat we doen goed is, gewoonweg omdat we denken dat we het goed doen. Wij zouden ons kunnen vergissen omtrent de principes van het moreel handelen. We zouden ons kunnen vergissen in hun praktische toepassing. Dat wil zeggen dat ons geweten zou kunnen dwalen. We zijn toch gebonden om het te volgen. In dit geval hebben we subjectief gelijk, maar wij hebben het objectief fout. Om een volledig rechtgeaard geweten te hebben moet ons geweten in lijn zijn met wat God van ons wil en dat we het bewust zoeken. Ons geweten is een ‘geïnformeerd’ geweten wanneer wij de leiding van God over ons zoeken en accepteren. De Kerk geeft ons een gezagvolle leiding door haar leergezag. Deze leiding is des te meer noodzakelijk omdat we zo gemakkelijk gedreven worden door wat ons bevalt of niet. We kunnen met groot gemak ons geweten afstompen. Wanneer we over ‘primaat van het geweten’ spreken bedoelen we niet dat ons geweten absoluut autonoom is. Het zal voor God rekenschap afgeven, niet allen voor onszelf.

De lekengelovigen

Ons geweten wordt geleid door de gedragsprincipes die neergelegd worden door de paus en de bisschoppen. Dit doet de kerk eruit zien als een exclusief klerikale Kerk. Leidt de Heilige Geest niet de leken even goed als de clerici? Zijn de leken niet evenveel leden van de Kerk als de paus en de bisschoppen? Dit is zonder meer waar: er is geen kastensysteem van superioriteit in de Kerk. Gelijk als leden, clerus en lekengelovigen hebben verschillende functies in de Kerk.

Welke zijn deze functies? Om deze vraag te beantwoorden in termen van gezag, laat ons naar de leer over de onfeilbaarheid kijken. De Kerk is onfeilbaar. Dit is wezenlijk katholieke leer. Dit betekent dat de hele Kerk onfeilbaar is, lekengelovigen inbegrepen. Geeft dit aan de leken een deelname aan de autoriteit en aan de besluitvorming van de Kerk?

Dit lijkt een logische conclusie maar we moeten zorgvuldig zijn in haar implicaties. De Kerk is geen spirituele democratie. Leergezag is niet slechts een zaak van neuzen tellen. De Kerk is inderdaad ‘de broederlijke gemeenschap’ en op een wijze waarop de burgerlijke samenleving nooit zou kunnen. Maar we moeten dit niet in een politieke zin interpreteren. Beslissingen omtrent leerstellingen ontstaan niet door een democratisch proces waardoor de Kerk gebonden zou zijn om de mening (en nog minder de wens) van de meerderheid.

De geest van de Kerk

Het evalueren van de leer komt door onderscheiding van de beweging van de Heilige Geest binnen de Kerk. De Kerk is een van de Heilig Geest doordrongen gemeenschap en als zodanig is die onfeilbaar. Dat wil zeggen: zij heeft het door God gegeven vermogen om een ware besluit te nemen over de goddelijke waarheid. De ‘geest van de Kerk’ die de bron is van haar leergezag, is de geest van de vol-van-de-Geest-gemeenschap in de mate waarin ze beantwoord aan de bewogenheid van de Heilige Geest. Hoe kunnen we de ‘geest van de Kerk’ onderscheiden? We hebben een criterium nodig om te oordelen waar de Geest actief is in het denken en doen van de leden van de Kerk. In de Katholieke leer vindt men dit criterium in het leerambt van de Paus en de bisschoppen, die de enige authentieke rechters zijn over waar de Heilige Geest actief is. Hierin zijn zij de dienaren van de Heilige Geest, van het Woord en van de gehele Kerk.

Onfeilbaarheid

De onfeilbaarheid behoort inderdaad tot de hele Kerk, maar haar uitoefening is beperkt tot het college van de bisschoppen in hun apostolisch ambt en tot de Paus, in de uitoefening van zijn Petrusambt. Het Petrusambt is een noodzakelijk onderdeel van het Apostolisch college: het bisschoppencollege is onvolledig zonder de Paus.

De onfeilbaarheid opereert primair binnen het ‘depositum fidei’ (erfgoed van het geloof), het gebied van de goddelijke openbaring met betrekking tot geloof en zeden. Onfeilbaarheid kan geen nieuwe verkondiging toevoegen tot het geloof of de apostolische Kerk van het Nieuwe Testament; ze kan slechts een bepaalde leer explicieter maken wanneer dezelfde leer rijper wordt.

Onfeilbaarheid is een eigenschap van het Woord van God. God is de auteur van de onfeilbaarheid. Wij zijn onfeilbaar alleen in zo verre dat we in contact zijn met God’s onfeilbaarheid. De autoriteit van de Kerk geeft ons steeds grotere zekerheid over het in bezit zijn van Gods waarheid tot het punt dat onze zekerheid absoluut is door een onfeilbare verklaring.

Maar een onfeilbare verklaring is niet zelf het Woord van God: hij maakt ons zeker over het Woord van God, maar ons geloof gaat verder tot de bron in Gods Woord. De Kerk blijft altijd de dienares van het Woord en nooit haar meester.

 

De wet en de liefde

De Kerk is de gemeenschap van liefde en waarheid. Zij is een gemeenschap die ons leert om in liefde en waarheid te groeien. Liefde en waarheid zijn wet, die het geheim vormen van haar toename. Niet wet in de Farizeïsche zin van "de werken van de wet", die de toegang tot het rijk der hemelen garandeert, maar als wet in de school van de leerlingen van Christus. De Kerk is de plaats waar we de Christelijke liefde leren en beleven die zichzelf gevende liefde is. De gemeenschap van de zelfgevende liefde, de Kerk, bestaat niet om de persoonlijkheid te absorberen maar om die te bevrijden. Zij schakelt het individu niet uit maar stelt hem in staat om het eigen ik en de eigen vrijheid te ontdekken. Dit proces van zelfontdekking eist een wet, namelijk Christus’ wet, als we ons egoïstisch ik willen overtreffen. We moeten Christus’ juk op ons nemen om van Hem de ware weg van de zelfgave aan anderen te leren. Gehoorzaamheid aan Christus is de school van de liefde.

 

Kortom

De christelijke leefwijze is een paradox voor de wereld. Degene die heerst is de dienaar van allen. De dienaar wordt aan het hoofd van het huishouden geplaatst. Hij die zijn leven verliest zal het vinden. Christelijk gezag en christelijke gehoorzaamheid, christelijke wet en christelijke liefde zullen altijd een mysterie blijven in de ogen van de wereld.

 

Dit artikel verscheen eerder in "FAITH magazine" en in "Catholic Position Papers" te Dublin. Het artikel is hier geplaatst met de toestemming van de uitgever. De vertaling is van Dr. Rafael Ojeda, pr. (www.rojeda.dds.nl)