Communie en Misbruik:

Perikelen rond de Katholieke Kerk

Maart 2010

 

Zoals uit woorden van de introitus blijkt, vieren we vandaag zondag Laetare: Laetare Ierusalem, Verheug u, Jeruzalem. Weest opgetogen en geniet van de overvloedige troost die u geboden wordt. Bij het voorbereiden van deze preek vroeg ik mij af: hebben wij, katholieken, op dit moment wel zoveel reden om ons te verheugen? U begrijpt: ik doel dan op de affaires waarmee de rk-Kerk geteistert wordt: de communierel rond de Reuselse carnavalsprins en de misbruikschandalen van minderjarigen op rk-internaten.

Beide problemen moeten op zichzelf worden bekeken; want in communierel wordt Kerk juist strengheid en intolerantie verweten; en in misbruikschandaal juist laksheid.

Wat de communie-affaire betreft: wat mij altijd is opgevallen wanneer ik in kerken in Frankrijk, Italië en Spanje kwam, is dat mensen die Heilig Mis bijwonen niet massaal te communie gaan, maar dat velen gewoon in de bank blijven zitten. Als je daar aan de Eucharistie deelneemt, is het helemaal niet vanzelfsprekend dat je ook te communie gaat. Ook zonder de H. Hostie te ontvangen, neem je volwaardig deel aan heilige Mis. De praktijk die in NL is gegroeid staat daar in schril contrast mee. Het communiceren in de heilige Mis is hier automatisme geworden; zelfs zo dat mensen het als een recht zijn gaan beschouwen, of je nou praktiserend rk, protestant, homoseksueel of ongelovig bent.

Laat ik voorop stellen: niemand van ons – ook ik als pr niet – heeft strikt genomen het recht om Jezus onder gedaante van brood of wijn te ontvangen; net zomin wij het recht hebben om door koninging Beatrix of president Obama te worden ontvangen. We kunnen het hooguit beschouwen als een groot voorrecht of privilege. Dat moet onze houding zijn als we te communie gaan. Wat mij pijn doet in deze affaire, is dat de persoon om wie het gaat – Jezus zelf – volledig op de achtergrond wordt gedrukt; het gaat niet om Hem, maar om onze vermeende rechten.

De bisschop  van Den Bosch, mgr Hurkmans, erkent dat de Kerk in NL de afgelopen jaren niet duidelijk genoeg is geweest over voorwaarden waaronder je communie mag ontvangen. In een interview met de Volkskrant zegt hij: Het was in de volkskerk gewoon dat bij de communie iedereen en masse opstond en naar voren kwam. De leer is niet altijd gekend door iedereen. Er is achterstallig onderhoud en daar is de kerk ook debet aan.

Wie wel duidelijk is geweest, is paus Johannes Paulus II. In zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia uit 2003 haalt hij de Catechismus van de Katholieke Kerk (n. 1385) aan die stelt: Hij die zich van een zware zonde bewust is, moet het sacrament van de verzoening ontvangen voordat hij te communie gaat. JPII gaat verder: Het oordeel over iemands staat van genade komt uiteraard alleen de betrokkene toe, aangezien het een zaak is van het onderzoeken van het eigen geweten. Niettemin kan de Kerk, in zaken van uitwendig gedrag, die ernstig, duidelijk en hardnekkig ingaan tegen de zedelijke norm, in haar pastorale zorg voor een goede orde van de gemeenschap, en uit eerbied voor het sacrament, niet anders dan zich direct betrokken voelen. Het Wetboek van Canoniek Recht verwijst naar deze situatie van duidelijk gebrek aan een gepaste zedelijke gesteldheid, wanneer het verklaart dat zij die “halsstarrig volharden in een zware zonde die bekend is” niet mogen worden toegelaten tot de eucharistische communie (Ecc. de Euch. nn. 36-37).

Wat het misbruik van minderjarigen op rk-internaten betreft: bisschop Punt heeft daar deze week een brief over geschreven; die ligt achter in kerk, neemt u exemplaar mee. Ik wil daar nog volgende aan toevoegen: wat daar indertijd is gebeurd zijn tenhemelschreiende zonden. Juist omdat de Kerk een hoge morele standaard heeft, mag zij er extra op worden aangesproken wanneer haar vertegenwoordigers die op grove manier schenden. Het is goed dat deze etterende wond zo snel mogelijk wordt schoongemaakt.

Tegelijk krijg ik de indruk dat deze en de eerder genoemde affaire worden uitgebuit om de Kerk als zodanig in kwaad daglicht te plaatsen en ook als een hetze tegen het celibaat. Volgens de ex-jezuďet en liedjesschrijver Huub Oosterhuis en de dissidente theoloog Hans Küng zijn de katholieke seksschandalen inherent aan het celibaat. Oosterhuis noemt mannen die de celibaatsgelofte trouw willen blijven vaak moeilijke, gefrustreerde, kille mensen. (NRC 2010 02 13).

Jezus beleefde het celibaat: was Hij moeilijk, gefrusteerd en kil? Als priesters proberen wij getrouwe iconen te zijn van Jezus. Door het celibaat behoren wij Hem helemaal toe en kunnen wij ons, zoals Hij, zonder reserve in dienst stellen van de mensen. Ik kan u zeggen dat ik mij heel gelukkig voel met de manier waarop ik het priesterschap beleef.

De beweringen van deze theologen worden ook weersproken door de cijfers. Het is statistisch vele malen waarschijnlijker dat niet-celibataire mannen seksueel kindermisbruik plegen dan rk-priesters. Dat heeft de Duitse hoogleraar forensische psychiatrie Hans-Ludwig Kröber na onderzoek aangetoond. Zijn bevindingen zijn gepubliceerd in het Duitse weekblad Der Spiegel. Kröber verklaart dit door het geloof van de rk-medewerkers. Het geloof vormt een sterke barričre voor misbruikneigingen. Hij zegt dat het statistisch gezien 36 keer waarschijnlijker is dat mannen die geen celibaatgelofte hebben afgelegd seksueel misbruik plegen dan dat rk-priesters dat doen.

Laat ik duidelijk zijn: ik wil op geen enkele wijze de ernst van misbruik bagatelliseren; en het belang van de slachtoffers dient voorop te staan. Maar het is allesbehalve een exclusieve kwestie van de rk-Kerk. Mgr Punt wijst er in zijn brief op dat dezelfde misstanden ook in niet-kerkelijke jeugdinstellingen hebben bestaan. Maar daarover heb ik tot nu toe weinig vernomen in NL-media.

Ik hoop dat de affaires binnen de Kerk een proces van zuivering bewerkstelligen. Door schade en schande word je wijs. De Kerk kan gelouterd uit deze affaires komen. Dat is het pluspunt, de laetare die ik zie. Het evangelie van vandaag over de verloren zoon kan hiertoe bijdragen. In zekere zin kunnen we ons allemaal herkennen in de verloren zoon. De heilig Jozefmaria Escrivá zegt: Het menselijk leven is in zekere zin een voortdurend terugkeren naar het huis van onze Vader. Terugkeren door middel van het berouw, die bekering van het hart, die de wens veronderstelt te veranderen, het vaste besluit ons leven te beteren, (…). Terugkeren naar het huis van de Vader, door middel van dat sacrament van de vergeving, waardoor wij bij het bekennen van onze zonden ons met Christus bekleden, en zo worden tot zijn broeders, leden van het gezin van God. In deze geest willen wij ons voorbereiden op Pasen.

 

countagios