CheckStat
DE GEEST VAN COMMUNIO EN DE VERSCHEIDENHEID VAN ROEPINGEN IN DE APOSTOLISCHE BRIEF  NOVO MILLENNIO INEUNTE

DE GEEST VAN COMMUNIO EN DE VERSCHEIDENHEID VAN ROEPINGEN IN DE APOSTOLISCHE BRIEF  NOVO MILLENNIO INEUNTE.[1]

 

Het jubeljaar 2000 was een succes

Vaticanum II: de grote genade van de 20e eeuw

Grote lijnen van van de NMI

Hedendaagse uitdagingen

De binnenkerkelijke problemen

De kerkelijke communio

Verscheidenheid van roepingen

Leken als pastoraal werk(st)ers

Leken in de wereld

Conclusie

 

Het jubeljaar 2000 was een succes

"De mislukking is een wees; het succes heeft vele vaders". Het Grote Jubileum van het Jubeljaar 2000 is een succes geweest en velen zullen zeggen dat ze ertoe hebben bijgedragen. Het succes is volgens mij vooral te danken aan het initiatief van de paus Johannes Paulus II.

Kardinaal Roger Etchegaray - de voorzitter van het Centraal Comitť voor het Heilig Jaar- heeft een evaluatie van het heilig jaar gedaan en zei: "De christenen geven aan het millennium een betekenis die anderen niet kennen. Voor anderen gaat het leven gewoon door, voor ons zal het leven niet meer hetzelfde zijn"[2].

Voor het eerst in de geschiedenis heeft een jubeljaar verschillende centra gekend waar het op gelijkwaardige wijze gevierd mocht worden, in de meest zuivere geest van Vaticanum II,  opdat alle kerken, -ook de kleinste en in verre landen- ervan mochten genieten van de jubileumgenade.

Kardinaal  Etchegaray zag het jubileumgebeuren als een samenvatting van het pontificaat van Johannes Paulus II en herinnerde eraan hoe de Paus in 1994, wanneer weinigen aan het jaar 2000 dachten - met de apostolische brief Tertio Millennio Adveniente - de startsein heeft gegeven en heel uitgebreid een voorbereidingsprogram heeft uitgestippeld: twee jaar van verre voorbereiding en drie van voorbereiding op korte termijn. "Dit pauselijk schrijven is het meest geciteerd, bestudeerd en toegepast door de gelovigen en was een geweldige steun voor het succes van het jubeljaar omdat het vele locale kerken heeft gestimuleerd om zich op gelijke wijze voor te bereiden.  Het was een lichtend pad om de ontmoeting met het jaar 2000 niet te missen"[3].

 

Het Tweede Vaticaans Concilie is de grote genade van de twintigste eeuw

 

Wat ligt er een schat, dierbare broeders en zusters, in de richtlijnen die het Tweede Vaticaanse Concilie ons heeft aangeboden! (...) Met het verglijden van de jaren hebben de Conciliedocumenten niets van hun waarde of glans verloren. Zij moeten correct gelezen worden, wijd en zijd bekend worden, en ter harte genomen als belangrijke en normatieve teksten van het leergezag, binnen de traditie van de Kerk. Nu het Jubileum is afgelopen, voel ik mij meer dan ooit ertoe verplicht om naar het Concilie te wijzen als de grote genade die aan de Kerk geschonken is in de twintigste eeuw: daar vinden we een zeker kompas om ons te oriŽnteren in de eeuw die nu gaat beginnen. (NMI n. 57)[4].

De implementatie van Vaticanum II vormt de achtergrond van het pontificaat van Johannes Paulus II en zijn pontificaat is alleen in dit kader te begrijpen. Johannes Paulus II heeft een grondig historisch perspectief en is zich bewust een schakel te zijn van een veel langere ketting. Het contrast tussen de teksten van Vaticanum II en de praktijk van het kerkelijk leven, vooral in het Westen, ontgaat niemand. De paus beseft dat hij het niet zelf kan bolwerken en probeert alles te doen om de basis te leggen voor zijn opvolgers en om de locale kerken het beleven van Vaticanum II  te vergemakkelijken [5].

Naar mijn mening kan je spreken van een duidelijke lijn in het pontificaat van Johannes Paulus II die  steeds dieper en breder is geworden. Novo Millennio is tegelijkertijd een samenvatting van zijn boodschap als paus en zijn visie op de toekomst van de Kerk in het derde millennium. Er is onnoemlijk veel te doen en met Gods hulp zullen wij het kunnen doen als we met Hem meewerken. De paus gelooft erin: Duc in altum! Vaart naar het diepe! Gooi de netten uit voor de vangst (Lc. 5, 11).

 

Grote lijnen van de NMI

 

De paus evalueert eerst het grote jubeljaar. Hij stelt dat het niet alleen een nagedachtenis is geweest aan het verleden maar dat het ook een profetie voor de toekomst is. Het is nu een moment van bezinning over de periode tussen Vaticanum II en het jaar 2000 om daarna een nieuwe impuls te geven aan onze geestelijke en pastorale engagement opdat de Kerk steeds meer schittert in de verscheidenheid van haar gaven en in de eenheid van haar weg.

Het is onmogelijk in een kort bestek op alle punten in te gaan en daarom wil ik onze aandacht richten op twee thema=s die volgens mij bijzonder van toepassing zijn voor de situatie in de Nederlandse kerkprovincie. Beide thema's staan opgenomen in hoofdstuk IV: de spiritualiteit van de communio en de verscheidenheid van de roepingen.

 

Hedendaagse uitdagingen.

Vůůr dat de NMI richtlijnen suggereert voor de actie in het derde millennium schetst de paus een beeld van het huidige klimaat ten aanzien van de evangelisatie. Wij hebben te kampen met verschillende soorten problemen die de paus heeft  gegroepeerd onder de titel uitdagingen van vandaag [6]. Deze zijn niet te onderschatten en hebben te maken met de leefbaarheid van onze planeet: de ecologie, de wereldvrede, de bescherming van de mensenrechten.  Een bijzondere nadruk wordt gelegd op het gebrek aan eerbied voor het menselijk leven in de moderne samenleving. Het standpunt van de Kerk wordt vaak niet begrepen en het is nodig te getuigen van de liefde voor het leven op een dusdanige wijze dat de motieven van de Kerk kenbaar worden gemaakt.

Het zijn vooral de leken die op deze gebieden aanwezig moeten zijn, zonder toe te geven aan de verleiding om de christelijke gemeenschappen tot maatschappelijke bureaus te reduceren. De ethisch -sociale  dimensie is onontbeerlijk voor het christelijke getuigenis. Een christen kan zich niet permitteren onsolidair te zijn[7].

 

De binnenkerkelijke problemen 

De binnenkerkelijke problemen waaraan ik denk zijn de volgende: gebrek aan eenheid onder de gelovigen. Twee verschillende kerkvisies die niet met elkaar overweg kunnen. Een daarvan schijnt soms niet eens katholiek te zijn. Langdurig gebrek aan bestuur door de kerkelijke autoriteit. De 'Alles moet mogen'-cultuur.  Gebrek aan gehoorzaamheid en aan loyaliteit. Als men iets beveelt wordt het niet gedaan, dus, dan maar niets zeggen en wordt je bevel niet overtreden. Er een schijn op na houden van machtige organisatie met allerlei besturen en commissies die echter geseculariseerd zijn. Vaak handelt men in kerkelijke besturen alsof het ging om een vereniging die alles zelf mag bepalen zonder opleggingen van buitenaf. De lijst is zeker niet compleet maar we kunnen het hierbij laten.

Welke is de beleidslijn die de Johannes Paulus II  uitstippelt om deze situatie het hoofd te bieden?  Ik zou het terugbrengen naar twee punten: 

1 ) De paus is van mening dat wij ons moeten verdiepen in het begrip communio, wat hetzelfde is als de eenheid in de Kerk, die Christus zo dierbaar is. 

2) Meer werkelijke openheid naar de genadegaven van God. God is groter dan wij Hem maken en er is als gevolg in de Kerk ruimte voor velen.

 

De kerkelijke communio

 

"De Kerk tot huis en tot school van de gemeenschap maken, daarin ligt de grote uitdaging die in het beginnende millennium voor ons staat, als wij trouw zijn aan het plan van God, en ook een antwoord willen geven op de diepe verwachtingen van de wereld.

Wat wil dat concreet zeggen? Ook hier zouden onze gedachten onmiddellijk kunnen uitgaan naar de actie die moet worden ondernomen, maar dat zou niet de juiste impuls zijn die we moeten volgen. Voordat we praktische plannen maken moeten we een spiritualiteit van de gemeenschap bevorderen, en dit maken tot het leidende beginsel van de opvoeding, overal waar mensen en christenen gevormd worden, waar men de gewijde ambtsdagers, waar men de religieuzen en de medewerkers in het pastoraat toerust, waar gezinnen en gemeenschappen worden opgebouwd" [8].

Hier valt me op hoe diep het begrip solidariteit reikt in het leergezag van deze paus. De mens, en de christen in het bijzonder, staat nooit alleen. We zijn solidair met anderen. Samen zijn en samen handelen is goed. Maar dit wanneer de afzonderlijke mensen de goede geest hebben: kennis van de leer van Christus, het evangelie, de theologie van de Kerk. Dit is het doel van de spiritualiteit van de gemeenschap: "dat wij de blik van ons hart richten op het geheim van de Drie-eenheid die in ons woont en waarvan het licht ook op het gelaat van de broeders en zusters naast ons waargenomen moet worden.. Laten we onszelf geen illusies maken: zonder deze geestelijke weg zouden de uiterlijke structuren van de gemeenschap heel weinig nut hebben. Ze zouden tot zielloze staketsels worden, eerder maskers van gemeenschap dan mogelijkheden om zich uit te drukken en te groeien" [9].

Wat zijn de bediening van de paus van Rome  en de bisschoppelijke collegialiteit behalve instrumenten van communio? (n. 44 NMI). De communio dient zichtbaar te zijn in de verhouding tussen bisschoppen, priesters en diakens; tussen pastores en het hele volk van God.

Men dient telkens meer waardering te hebben voor de deelnamemogelijkheden die voorzien zijn in het canoniek recht: de priesterraad en de pastorale raden, die niet geÔnspireerd worden door de criteria van de parlementaire democratie, want zij hebben raadgevend karakter en niet beslissend.  Dat ontneemt hun betekenis en belang niet. De theologie en de spiritualiteit van de communio adviseren een wederzijds en doeltreffend luisteren tussen pastores en gelovigen.

Van tevoren horen de gelovigen eensgezind te zijn in wat wezenlijk is; en gewoonlijk zouden zij  elkaar  moeten vinden ook in wat verschil aan meningen toelaat  door middel van gematigde en gedeelde keuzen[10] .

De paus ontkent de moeilijkheden niet en geeft ons een houvast om de gewenste lijn te volgen. Deze geest van communio en van wederzijdse waardering bestaat al lang in de Kerk. Er is een eeuwenoude traditie in de Kerk om ook naar de jongste gelovigen  te luisteren. (H. Benedictus en Paulinus van Nola). "Door hen spreekt tot ons de H. Geest".

Derhalve, evenals de juridische prudentie precieze regels van deelname stelt, en de hiŽrarchische structuur van de Kerk uitdrukt,  de bekoringen verdrijft van willekeur en ongerechtvaardigde eisen,  geeft de spiritualiteit van communio een ziel aan de institutionele structuur, met een oproep tot vertrouwen en openheid die beantwoordt  aan de waardigheid en verantwoordelijkheid van ieder lid van het volk van God[11] . 

Er zijn in wezen twee parallel levende kerken ontstaan die elkaar niet kennen. Hoe breng je deze twee "kerken" dichter tot elkaar in een geest van communio? Mensen schijnen elkaar te mijden om fricties te voorkomen maar als je elkaar niet ontmoet is er ook geen gelegenheid voor wederzijdse waardering. Men heeft vaak een soort spookbeeld van de ander gemaakt en spoken zijn moeilijk te verdrijven.

Bij het lezen van de woorden van de paus vraag ik me af of de traditioneel katholieken niet teveel vooroordelen hebben -bijvoorbeeld- ten aanzien van het begrip en de functie van pastoraal werker en andere mogelijke bijdragen van niet gewijde bedienaren in de kerk. De paus erkent hun bestaansrecht en tegelijkertijd geeft hij de geest aan waarmee ze behoren te werken. Aan de andere kant, waarom hebben de vrijzinnige katholieken zo'n hekel aan een bisschop die zijn gezag uitoefent en knopen doorhakt binnen zijn bevoegdheden?

Wat zou je kunnen doen -naast het bidden- om de geest van communio te beleven? Ik wil hier slechts twee suggesties opperen. In de eerste plaats de persoonlijke ontmoetingen. Dat geeft  gelegenheid om het standpunt van de ander te vernemen en als je iemand persoonlijk kent zal je minder gauw die persoon verketteren zelfs wanneer je het niet eens kunt zijn met wat die doet of zegt.

Een tweede manier om dichter bij elkaar te komen is van objectieve aard: de gehoorzaamheid aan het wettig gezag. Inzicht, geloof, spiritualiteit, trouw aan de wil van Christus zijn moeilijk te meten. In de Katholieke Kerk is de gehoorzaamheid aan het gezag " met de genoemde spirituele kenmerken en de wederzijdse erkenning " een noodzaak.

De paus van Rome voor de wereldkerk, de bisschoppenconferentie voor de kerkprovincie,  en de bisschop voor het eigen diocees, zullen in geschilgevallen het laatste woord voeren. Waarom zoveel moeite om ons te onderwerpen aan de wil van een ander wanneer de Kerk van Christus op het spel staat?

 

Verscheidenheid van roepingen

 

De eenheid van de Kerk is geen uniformiteit maar organische integratie van de legitieme diversiteiten. Vele ledematen vormen allen ťťn lichaam ( 1. Kor. 12,12)[12] .

De verscheidenheid van roepingen heeft onder andere twee aspecten:  een met betrekking tot de Kerk naar binnen toe en een ander met betrekking tot de wereld waarin de christen leeft. Hier wil ik het hebben over de taak van de leek binnen de kerk en dan niet zoals gewone gedoopte op vrijwillige basis maar als beroepskracht oftewel pastoraal werker. Daarna zal ik het hebben over de leken in de maatschappij.

De Kerk van het derde millennium dient alle gedoopten en gevormden bewust te doen worden van de eigen actieve verantwoordelijkheid in het kerkelijke leven. Naast het gewijde ambt kunnen andere bedieningen ontkiemen, ingesteld of gewoon erkend worden, voor het goede van heel de gemeenschap, om haar in de veelvuldige noden te voorzien: catechese, liturgie, jongeren educatie en de meest uiteenlopende uitingen van de liefde[13] .

 

Leken als  pastoraal werk(st)ers

In bovengenoemde tekst zie ik een uitdrukkelijke verwijzing naar de pastorale werkers. Het is een feit dat veel traditionele katholieken moeite hebben met de instelling 'pastoraal werker' omdat ze vaak het boegbeeld vormen van de vrijzinnigheid in de Kerk. Velen hebben gezien dat een groot percentage pastoraal werker geen 'katholieke geest' uitdragen. Desalniettemin, geldt dat niet alleen voor de pastoraal werker want wat ik hier zeg is evengoed van toepassing voor priesters, religieuzen en gewone gelovigen. Niet zelden zijn het vrijzinnige priesters die de leken aanzetten tot daden tegen de communio zoals de paus in NMI beschrijft. Ondanks de uitwassen die bestreden moeten worden mogen we de stemmen van de paus en de Nederlandse bisschoppen niet ontkennen die de laatste jaren steeds uitdrukkelijker de instelling van pastoraal werker hebben goedgekeurd. "Naast het gewijde ambt kunnen andere bedieningen ontkiemen, ingesteld of gewoon erkend, voor het goede van heel de gemeenschap" [14].

Dit vergt van de kant van de leiders en de gelovigen een positieve benadering. Het samenwerken met pastoraal werker  kan moeilijker zijn dan ze te negeren maar in de huidige omstandigheden, gezien dat de instelling van pastoraal werker de nodige steun van de bisschoppen heeft, is volgens mij de samenwerking de enige weg die strookt met de geest van de communio. We hebben al met elkaar te maken en dat zal waarschijnlijk in de toekomst alleen maar toenemen. Het lijkt me alsof de paus hier tegen allen zegt: bekijk elkaar niet als vijanden en zoek naar de manieren om de juiste vorming te ontvangen om dit mogelijk te maken.

De paus zegt ook niet dat alles wat uit pastorale bewogenheid voortkomt - wat de pastoraal werkers doen bijvoorbeeld - goedgekeurd moet worden. De pastoraal werkers zijn geroepen om zich in de traditie van de kerk aan het wettig gezag te onderwerpen. De pastoraal werkers mogen niet de indruk wekken de clerus te willen vervangen. Vandaar dat een goede toets voor de degelijkheid waarmee ze werken de openheid voor de priesterroeping is. Wordt eraan gewerkt? Komen er priesterroepingen uit het werk van de pastoraal werkers voort?

Er is zeker een algemene inzet nodig, bovenal door het indringend gebed tot de Heer van de oogst (vgl. Mt. 9,38), bij het bevorderen van roepingen voor het priesterschap en het gewijde leven. Dit is een zaak van groot belang voor het leven van de Kerk in ieder deel van de wereld. In sommige traditioneel christelijke landen is de situatie dramatisch geworden, (...) Er is een dwingende noodzaak om een uitgebreid plan voor het bevorderen van roepingen in te voeren, gebaseerd op persoonlijke contacten, waarbij parochies, scholen en gezinnen betrokken zijn, om te bevorderen dat er aandachtiger wordt stilgestaan bij de wezenlijke waarden van het leven[15] .

Samenwerken is op grond van gelijkwaardigheid en van respect voor ieders eigenheid. De moeilijkheden voor de communio liggen niet zozeer op het gebied van pastoraal werker of priester, maar op het gebied van traditioneel of vrijzinnig zijn. Rechtzinnige pastoraal werkers kunnen prima samenwerken met rechtzinnige priesters en vrijzinnige pastoraal werkers kunnen prima samenwerken met vrijzinnige clerus. Op zich  is het duidelijk dat niet alles verkeerd is wat 'de anderen' doen en toch vervallen we steeds in het veroordelen van 'de anderen'. Het is geen kwestie van aangepaste wetgeving of nieuwe documenten te produceren. Ook hier lijkt me dat de enige manier om uit de impasse te komen is het zich onderwerpen aan een wettig gezag en niet de eigen wil door te willen drukken.

Een ander criterium voor het beoordelen van de verschillende nieuwe charisma's die in de kerk kunnen ontstaan is de waardering voor de specifieke roeping van de leek. De instelling 'pastoraal werker' mag niet leiden tot het verwarren van de taak van de leek in de kerk en de wereld. Op dit moment meen ik dat door de voortdurende discussie omtrent de taak van de leek in de Kerk in de hoedanigheid van pastoraal werker is de aandacht voor de leek als zuurdeeg van de maatschappij tamelijk ondergesneeuwd.

 

Leken in de wereld

"In dit perspectief (van verscheidenheid) zien we de waarde van alle andere roepingen die immers geworteld zijn in het nieuwe leven dat we ontvangen in het sacrament van het Doopsel. In het bijzonder moet men steeds beter de roeping ontdekken die de leken eigen is. Zij zijn ertoe geroepen Aom het Koninkrijk van God te zoeken, door de tijdelijke dingen te beheren en die te ordenen in overeenstemming met het plan van God"; [16] Ze "hebben hun eigen rol te spelen in de zending van het hele volk van God in de Kerk en in de wereld (Y) door hun werk voor de evangelisering en de heiliging van de mensen". [17]

Op het gebied van de vorming van de leek staan we, 35 jaar na Vaticanum II, nog in de kinderschoenen. Je hoort te vaak klachten van leken  i.v.m. onderwijs, televisie, de media, de politiek, etc.: "de bisschoppen moeten het doen en doen niks, de priesters hebben ons in de steek gelaten, de scholen geven geen betrouwbaar godsdienstonderwijs". Het kan waar zijn maar wat helpt dat? Je zou aan de klagers kunnen vragen -Waarom steekt u zelf uw handen niet uit de mouwen? Het antwoord is niet eenvoudig. Sommigen proberen het wťl maar vaak missen de gelovigen de nodige bekwaamheid, geestelijke en leerstellige vorming om dergelijke taken te kunnen ondernemen.

Neem bijvoorbeeld de politiek. In bepaalde kringen heeft men nog wat hoop in een zogenaamde christelijke politiek. Voor hen is dat de oplossing. Maar is dat het enige alternatief als je de geest van godsdienstvrijheid van Vaticanum II uitdraagt? Politiek is bijna per definitie een kwestie van opinie. Op zaken van leven en dood moet een christen principieel zijn, ja. Maar op de meeste politieke zaken zijn er geen dogma's. Moeten alle christenen zich bij een christelijke of katholieke  partij aansluiten? En de niet christenen: mogen ze zich niet aansluiten bij zo'n partij? Dat zullen tenslotte de lekengelovigen zelf moeten bepalen. Maar hoeveel gelovigen zijn er op het moment die de politieke verantwoordelijkheid misschien in verschillende partijen  op deskundige wijze kunnen aanpakken?

Op de  pastores rust de belangrijke taak om de basisvorming te geven voor een verantwoord gelovig handelen en de vraag is of wij zelf deze kennis en vaardigheid in huis hebben. De documenten van Vaticanum II en de NMI helpen ons hierbij maar de toepassing vergt overal vindingrijkheid.

"Precies evenveel betekenis voor de gemeenschap heeft de plicht, om de verschillende vormen van vereniging te bevorderen. Of het nu is in de traditionelere vormen of in de nieuwere vormen van de kerkelijke bewegingen, in elk geval gaan zij ermee door, de Kerk een vitaliteit te verlenen, die een geschenk van God is, en die een echte "lente van de Geest" vormt. Natuurlijk moeten de verenigingen en bewegingen zowel in de Wereldkerk alsook in de particuliere Kerken in volledige harmonie met de Kerk en in gehoorzaamheid jegens de authentieke richtlijnen van de bisschoppen werken. Voor allen geldt echter de veeleisende en duidelijke waarschuwing van de apostel: "Doof de Geest niet uit, veracht het profetisch getuigenis niet, maar onderzoek alles en behoudt het goede" (1 Thess 5, 19-21)[18].

De parochiestructuur is aan het veranderen en het priestertekort zal bij ons nog nijpender worden. De gewone parochiezorg is onvoldoende om de christengelovigen de vereiste vorming te geven. Dat is een van de mogelijke bijdragen van de nieuwe kerkelijke bewegingen en andere instellingen die vooral door leken worden gedreven.

Er kunnen evenveel verenigingen zijn als smaken van mensen. De kwaliteit van het  verenigingsleven is tenslotte afhankelijk van de vorming van individuele gelovigen: gebedsgroepen en bijbelstudiegroepen bij voorbeeld. Staan de parochiestructuren, de pastoors, de andere pastoraal werkenden,  voldoende open voor deze charisma's? Laat ons devies in deze zijn: openheid en waakzaamheid: wat niet van God komt zal vanzelf uitdoven.

Conclusie:

 

Er is nog veel werk te verzetten op het gebied van de kerkelijke communio en de taak van de leek in de Kerk en in de wereld. De toepassing van Vaticanum II staat 35 jaar na dato praktisch aan het begin. In zekere zin, zoals met de bergrede van Christus, blijft het een nog niet verwezenlijkte droom. De strijd die de Kerk in het derde millennium moet voeren is een strijd om de vorming van de gelovigen. Dat is een taak voor allen in de Kerk  maar de clerus en de pastoraal werkenden in brede zin hebben een trekkersrol. De eenheid onder hen is van wezenlijk belang. De clerus en de pastoraal werkers hebben een gepaste vorming nodig.

De Paus heeft laten zien tijdens het Jubeljaar dat het geloof en de spiritualiteit  te vinden is in alle activiteiten van de mens. De deelname van de gelovigen aan het jubeljaar is in veel landen boven ieders verwachting geweest. Met name wat betreft de jeugd; ook voor de jongeren die niet naar Rome zijn gegaan zijn er nieuwe mogelijkheden geopend. De diocesen die jubilea voor de verschillende groepen mensen hebben georganiseerd, zoals in Rome het geval was, hebben veel gelovigen bereikt. Hetzelfde was te constateren in losstaande parochies die zoiets gedaan hebben.

Een bisschop die het jubeljaar met veel twijfels was begonnen zei na afloop: "De Paus heeft een jubeljaar georganiseerd dat voor iedereen begrijpelijk was: met een jubileumviering voor de professoren, voor de journalisten, kunstenaars, modeontwerpers, pizzaboeren, voetballers, vrouwen, leken, gezinnen, diplomaten, etc. Hij heeft bewezen dat het geloof geen verre en abstracte werkelijkheid is en dat de spiritualiteit te vinden is in elke activiteit van de mens". "Werden zelfs de niet gelovigen aangesproken? Ja, zelfs die. De toespraken, de documenten, de films en video's,  de herinneringen van de deelnemers, zullen blijven als een levende erfenis. De aandacht van de media aan de genoemde activiteiten heeft de boodschap van de paus en van de Kerk tot de meest ondenkbare uithoeken gebracht. Bovendien het ontwaakte enthousiasme in de plaatselijke kerken is nog belangrijker.  In plaatsen zoals Baltimore zijn ze opnieuw gestart met de Sacramentsdag processie die in vergetelheid was geraakt"[19].

Wij mogen God danken voor het goede wat gedaan is sinds het Tweede Vaticaans concilie. Er is veel gedaan maar er moet nog veel meer gebeuren: de vruchten van het Jubeljaar omzetten in een voortdurende impuls voor elke dag.  Jezus'  woorden zijn voor ons bemoedigend: "Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld" (Mt. 28, 20).  En in deze overtuiging varen wij naar het diepe en gooien we "de netten uit voor de vangst" (Lc. 5, 11).

 

Dr. Rafael Ojeda, pr

rojeda@dds.nl

 



[1]  De Nederlandse vertaling van de tekst van de Apostolische brief Novo Millennio Ineunte is niet de officiŽle want die was nog niet beschikbaar.

[2]  Toespraak in Bethlehem ter afsluiting van het heilig Jaar op 4 januari 2001 (www.zenit.org).

[3]  Ibidem.

[4] Apostolische brief Novo Millennio Ineunte, Johannes Paulus II, 6 januari 2001.

[5]  De voornaamste documenten van Vaticanum II worden in de NMI geciteerd.  Decreten Christus Dominus en Dei Verbum  i.v.m. de centraliteit van Christus en het Woord van God. De Constitutie Sacrosanctum Concilium over de beleving van de goddelijke mysteriŽn in de liturgie. Dogmatische Constituties Lumen Gentium en Gaudium et Spes  over de Kerk in de wereld van onze tijd en over de mens in de huidige omstandigheden. Het decreet Apostolicam actuositatem,  en de verklaring Nostra Aetate m.b.t. de apostolische zending van de Kerk in de wereld, door toedoen van allen, en in het bijzonder de leken, de dialoog met de andere wereldgodsdiensten in een kader van godsdienstvrijheid.

[6] NMI n. 51

[7] We dienen de bekoring van een verborgen en individualistische spiritualiteit te vermijden omdat die weinig van doen heeft met de eisen van de liefde noch met de logica van de menswording. ADoor de christelijke boodschap worden de mensen niet afgehouden van de uitbouw van de wereld, noch worden ze gedreven tot verwaarlozing van het welzijn van hun gelijken, maar eerder het metterdaad als een dwingender plicht beschouwen om dit werk te verrichten@ (G.S. 34)[7]

 

[8]   NMI, 43

[9]   NMI, 43

[10] NMI 45

[11] NMI, 45

[12] NMI 46

[13] NMI, 46

[14] NMI, 46

[15] NMI, 46

[16] Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen gentium, 31.

[17] Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, Decreet over het Apostolaat van de leek Apostolicam Actuositatem, 2.

[18] NMI, 46

[19]  Mgr. Keeler, aartsbisschop van Baltimore, Zenit,  9 januari 2001